Ansjovis

Visser Henk zit op een tuinstoel in zijn zelfgebouwde, superstrakke aluminium boot. Hij is het soort netten aan het knopen waarmee wij straks de ansjovis uit de Oosterschelde zullen vissen. Of hij een favoriet ansjovisrecept heeft: “Nee hoor, ik ben vegetariër, ik eet geen vis”.

Terwijl hij verder knoopt, vertelt hij uitgebreid over de historie van de weervisserij. We dobberen naast een fuikgat, het uiteinde van twee enorme rijen dikke takken die over een lengte van ongeveer een kilometer fier boven het wateroppervlak uitsteken. Het oogt als een kunstwerk, maar het is een ingenieus systeem dat al honderden jaren wordt gebruikt door de vissers van Bergen op Zoom. Als het water bij afgaand tij begint te zakken, zwemmen warmteminnende vissen zo de fuik in en kunnen geen kant meer op.

Dat is het moment dat wij in actie komen. Met lieslaarzen aan komen we tot ons middel in het water. Daar lopen we met een immens net vanaf het uiteinde van het fuikgat (het brede deel) richting het puntje van de V. Terwijl we het net aan de zijkanten vasthouden en dat steeds een stukje kleiner maken proberen we ansjovissen richting het fuikgat te duwen. Daar staat Henk klaar met het eindnet, waarmee hij ze de boot in kan trekken. En daar liggen ze dan: prachtige zilverkleurige visjes, met af en toe een groene streep. Die laatste bleken precies drie haringen te zijn. Bijvangst waar Henk niet zo happig op is. Maar wij zijn best wel blij met deze twee nieuwe stempels in ons Slachtpaspoort.

Lees meer over ons project in het boek Slachtpaspoort.